EDZ logo

expeditie duurzame zorg

Op Expeditie

op expeditie

maart 2017
Zelfcontrole: Voor zorg op maat

 

De behandeling van mensen met diabetes richt zich teveel op medische en klinische diabetes waarden en te weinig op het stimuleren van een actieve houding en zelfstandigheid van de patiënt. Ook ervaren zorgverleners dat er onvoldoende tijd is voor een echt gesprek met de patiënt. Dat vindt men bij Huisartsenpraktijk Mozaïek in Feijenoord. Daaraan koppelde men de veronderstelling dat als men patiënten bewuster maakt van hun aandoening en leefstijl en actiever betrekt bij de zorg, dat positieve effecten zal hebben op de behandeling en het leven met de aandoening. Dat is onderzocht in het Expeditie project ’Zelfcontrole en zorg op afstand’.

De deelnemers aan het onderzoek waren veelal laaggeletterd en hadden vaak een migrantenachtergrond. Deelnemers in de interventiegroep werden allereerst geschoold in het zelf thuis uitvoeren van bloedsuikermetingen en het invullen van voedingsdagboekje. Men kreeg een startpakket mee met daarin een meter en stripjes. Daarnaast kreeg men de mogelijkheid om via een beveiligde online messenger vragen te stellen aan de zorgverlener en meetgegevens door te sturen.

Vervolgens werden de deelnemers een korte periode actief gecoached in hun zelfmanagement. Aan de hand van de genoteerde bloedsuikerwaarden en ingevulde voedingsdagboekjes konden de zorgverleners op maat het gesprek aangegaan en adviseren. Niet alleen over medische waarden maar vooral ook over leefstijl.

Recent is een tussenrapportage uitgebracht. Ondanks dat het onderzoek zijn beperkingen kent, die in de rapportage worden benoemd, valt er zeker een redelijk beeld te schetsen van de bevindingen tot nu toe. Bij patiënten leidt de aanpak tot meer inzicht in de eigen diabetes en een bewustzijn van het belang van leefstijl. Zorgverleners geven aan dat men meer inzicht heeft in de patiënt en dat dat het contact en het gesprek ten goede komt. Ook ‘ontdekte’ men gevallen van laaggeletterdheid omdat het invullen van het dagboekje voor sommige patiënten lastig bleek te zijn. Zorgverleners gaven bovendien aan dat de manier van werken meer werkplezier oplevert!

Van de mogelijkheid om per online messenger te communiceren is vooralsnog beperkt gebruik gemaakt. Praktijkondersteuners geven aan dat zij in de eerste intensieve fase de informatie graag face-to-face bespreken. De verwachting is dat de app vaker gebruikt zal gaan worden in de tweede fase als de patiënten al meer inzicht hebben.

Uit analyse van de bijgehouden data blijkt dat de gemiddelde HbA1c waardes van de interventiegroep met 12.9% is gedaald terwijl die van de controlegroep niet is veranderd na zes maanden. BMI en bloeddruk verschillen niet veel na zes maanden na de start van de interventie.

Over het algemeen is de indruk dat Mozaïek goed op weg is. De komende periode zal de aanpak verder worden doorontwikkeld. Bijvoorbeeld met aandacht voor cultuurspecifieke voorlichting en de inzet van groepsbijeenkomsten.