De meeste jongeren met diabetes hebben diabetes type 1. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. De eilandjes van Langerhans in de alvleesklier maken om onbekende reden geen insuline meer. Je lichaam is dus helemaal afhankelijk van insuline van buitenaf (via insulinepen of pomp). Naast type 1 bestaat ook diabetes type 2 en een paar andere vormen van diabetes (bijvoorbeeld MODY en neonatale diabetes). Bij type 2 maakt het lichaam nog wel insuline, maar is er ongevoelig(er) voor. De alvleesklier moet extra insuline aanmaken. Lees op de website van het Diabetes Fonds meer over het verschil tussen diabetes 1 en type 2 of via dit artikel van DVN.

 

Wat is insuline en wat doet het?

Insuline is een hormoon. Hormonen regelen processen in je lichaam. Insuline regelt je glucose-huishouding. Glucose (suiker) is een belangrijke brandstof voor je lichaam(scellen), vooral voor je hersenen. Je lichaam haalt glucose uit de koolhydraten in je eten en drinken. Na een maaltijd stijgt de glucose in je bloed (bloedsuiker). Bij gezonde mensen stimuleert dat de afgifte van insuline, maar bij mensen met diabetes niet. Insuline vervoert glucose naar cellen. De meeste cellen kunnen alleen glucose opnemen als er genoeg insuline is. Glucose die je niet meteen nodig hebt, wordt opgeslagen in je lever, vet en spieren en kan later worden gebruikt. Bij te weinig insuline, of als cellen ongevoelig zijn voor insuline, kan glucose de cel niet goed in. Dan stijgt jouw bloedsuiker terwijl je cellen juist te weinig glucose krijgen. Op de pagina Functie van insuline van Optimale Gezondheid staat meer informatie over de functie en de werking van insuline. Ook op Diabetestype1.nl vind je meer informatie over insuline.

 

Wat is HbA1c?

Het HbA1c is een gemiddelde waarde van je bloedsuiker over de afgelopen 2 à 3 maanden. Jouw arts of diabetesverpleegkundige kan de waarde gebruiken om een gevoel te krijgen voor hoe het met jouw diabetes gaat. De algemene streefwaarde is minder dan 53 mmol/mol, maar soms spreekt je arts of diabetesverpleegkundige een andere streefwaarde met je af. Belangrijk is dat het een gemiddelde is. Je kunt een goed gemiddelde hebben, maar niet goed ingesteld zijn. Bijvoorbeeld als je bloedsuiker in de nacht laag is en overdag hoog. Lees meer over HbA1c op de website van DVN. Als je een sensor hebt die continu de bloedglucose meet kun je ook kijken naar de tijd dat je bloedsuiker tussen de 3.9 en de 10 mmol/l zit. Dat noemen we de Time In Range (TIR). Dan is de algemene streefwaarde om die TIR richting de 70% te krijgen met maar een paar procent onder de 3.9 mmol/l.

 

Wat is een hypo en een hyper?

Een hypo is een te lage bloedsuikerspiegel en een hyper is een te hoge bloedsuikerspiegel. Belangrijk is om met je arts of diabetesverpleegkundige af te spreken hoe jij om kunt gaan met een hypo of een hyper en wat jouw lichaam dan nodig heeft. Lees meer op de pagina Hypo's en Hypers van het Diabetes Fonds. Let op: voor hypo's en hypers worden verschillende grenzen aangehouden, zowel nationaal als internationaal. Volg altijd de waardes en instructies van je arts of diabetesverpleegkundige.

 

Wat is een ketoacidose?

Als je bloedsuikerspiegel voor een tijdje veel te hoog is, kan dit leiden tot een ketoacidose. Dit kan al gebeuren door een stevige griep. Normaal levert glucose energie aan je cellen. Maar als er geen insuline meer is, komt de glucose niet in de cellen. Je lichaam gaat dan over op een alternatieve verbranding: de verbranding van vetten. Hierbij komen zuren (ketonen) vrij die verzuring geven, misselijkheid en buikpijn. Meer over de symptomen, de risico’s en behandeling van een ketoacidose vind je op de pagina Ketoacidose van Diabetestype1.nl.

 

Wat kunnen gevolgen zijn van diabetes?

Diabetes kan (op termijn) gevolgen hebben in je hele lichaam. Complicaties kunnen ontstaan doordat hoge bloedsuikers na een tijdje bloedvaten en zenuwen beschadigen. Er komen steeds betere behandelingen voor complicaties. Op de pagina Complicaties van diabetes van het Diabetes Fonds lees je meer of op de pagina Complicaties van Diabetestype1.nl.

 

Fabels en misverstanden

Er zijn veel vragen en misverstanden over diabetes type 1. Je zult er vast mee te maken krijgen, hoe goedbedoeld de interesse van de mensen om je heen vaak is. De belangrijkste misverstanden over diabetes type 1: het ontstaat door veel suiker eten (niet waar), het is erfelijk (maar een beetje waar) en je mag geen suiker eten (niet waar). Lees meer op de pagina Fabels en misverstanden over diabetes van het Diabetes Fonds.

0
0
0
s2smodern