De NDF organiseert sector brede stakeholdersdialogen om knelpunten in de zorg te voorzien van structurele en duurzame oplossingen. Op basis van consensus en uitgewerkt in werkbare afspraken.

Een dialoog die in het bijzonder genoemd moet worden is de Rondetafel Diabeteszorg.

 

NDF Stakeholdersdialoog Diabeteshulpmiddelen

De gezondheid en kwaliteit van leven van mensen met diabetes wordt in hoge mate bepaald door de effectiviteit van hun zelfzorg. Hulpmiddelen spelen daarbij een grote rol. De NDF zet zich in voor persoonsgerichte hulpmiddelenzorg, waarbij het gaat om aspecten als de kwaliteit van zowel de hulpmiddelen zelf als de zorg daaromheen, de beschikbaarheid van middelen en de keuzevrijheid voor patiënt en zorgverlener om op basis van gezamenlijke besluitvorming een passende keuze te kunnen maken en functioneringsgericht te kunnen voorschrijven.

De laatste jaren is er binnen deze dialoog veel aandacht uitgegaan naar twee dossiers: Insulinepomptherapie Standaard bloedglucosemeting. Zie hieronder.
Belangrijk speerpunt op dit moment is te komen tot een integraal hulpmiddelenbeleid.

Naar een integraal hulpmiddelenbeleid
Op dit moment vallen de diabeteshulpmiddelen binnen twee verschillende aanspraken in de Zorgverzekeringswet (Zvw): óf de aanspraak hulpmiddelenzorg (hmz) óf de aanspraak geneeskundige zorg, zoals medisch specialisten plegen te bieden (medisch-specialistische zorg, msz). Voor de continue glucosemeter leidt de huidige praktijk tot willekeur. De patiënt is afhankelijk van het ziekenhuis of hij/zij wel of niet een continue glucosemeter krijgt. Verzekerde zorg is hiermee niet voor iedereen toegankelijk.

De Rondetafel Diabeteszorg, onder voorzitterschap van de NDF, heeft het Zorginstituut naar aanleiding hiervan gevraagd de mogelijkheid te onderzoeken om alle diabeteshulpmiddelen onder één en dezelfde aanspraak te brengen. In 2019 heeft dat geleid tot een conceptadvies van het Zorginstituut aan de minister om alle diabeteshulpmiddelen onder de aanspraak hulpmiddelenzorg te brengen. De NDF is blij met dit advies.

  • Keuzevrijheid
    Functioneringsgericht voorschrijven wordt de norm. Patiënt en behandelaar kunnen kiezen voor het meest geschikte hulpmiddel zonder dat het budget van een ziekenhuis een belemmerende factor is.

  • Kwaliteit
    Er moeten duidelijke kwaliteitscriteria komen waaraan diabeteshulpmiddelenzorg moet voldoen. De NDF is door het Zorginstituut gevraagd om samen met partijen de huidige kwaliteitsinstrumenten aan te passen en, waar nodig, aan te vullen. In 2020 zal worden gewerkt aan het integreren van de bestaande kwaliteitsstandaarden bloedglucosemeting en insulinepomptherapie én de nieuwe kwaliteitscriteria voor FGM en RTCGM.

  • Doelmatigheid
    Het advies draagt ook bij aan doelmatigheid omdat zorgverzekeraars meer onderhandelingsmogelijkheden bij de inkoop van diabeteshulpmiddelen dan individuele ziekenhuizen.

Dossier Insulinepomptherapie

Al enkele jaren geleden werd vanuit deze dialoog het Nationaal Consensusdocument Kwaliteitscriteria Insulinepomptherapie opgeleverd. Daarin worden concrete eisen gesteld aan alle betrokkenen bij insulinepomptherapie; patiënten, zorgverleners, behandelcentra, producenten, leveranciers en zorgverzekeraars.

Een van de kwaliteitscriteria uit het consensusdocument is dat een behandelteam ‘adequate kennis heeft van het gebruik en de toepassing van insulinepompen en daarnaast beschikt over de noodzakelijke competenties’. Om er voor te zorgen dat behandelteams aan deze kwaliteitseis voldoen, werd op initiatief van de NDF een multidisciplinaire scholing ontwikkeld. DESG is verantwoordelijk voor de inhoud. De organisatie van de scholing werd uitbesteed aan het bureau de baar advies & organisatie.

In 2019 werden verspreid over het land de eerste scholingen voor diabetesteams georganiseerd over insulinepomptherapie bij volwassenen. De scholing bestaat uit een e-learning module voor de individuele leden van het behandelteam en een multidisciplinaire scholingsbijeenkomst met workshops en casuïstiek. Daarnaast is gestart met een evaluatietraject van de scholing.

Dossier Kwaliteitscriteria standaard bloedglucosemeting

Belangrijke opbrengst van deze dialoog is de online Keuzehulp Bloedglucosemeter. De Keuzehulp is in feite de operationalisering van wat eerder werd afgesproken in het Consensusdocument Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting. Daarin staat dat de keuze voor een bloedglucosemeter wordt gemaakt op basis van eisen betreffende kwaliteit, het functioneren van de patiënt en doelmatigheid; en dat volgens een in het document beschreven proces.

De Keuzehulp, zoals het woord al doet vermoeden, helpt mensen met diabetes en hun behandelaars om samen keuzes te maken. Samengevat vult de patiënt online een informatietool in waarna hoofdbehandelaar en patiënt de tool in de spreekkamer nogmaals invullen op basis van een functioneringsgericht voorschrift. Vervolgens genereert de keuzehulp een voor de patiënt passend en door zijn zorgverzekeraar vergoed keuze-aanbod voor bloedglucosemeters.

In 2019 is het gebruik van de Keuzehulp bloedglucosemeter geëvalueerd middels een enquête voor zorgverleners en patiënten. Daaruit kwam naar voren dat het nog relatief beperkte gebruik van de keuzehulp samenhangt met zowel de bekendheid als het gebruikersgemak van het instrument. Maar er zijn ook dieperliggende factoren die de implementatie van de afspraken uit het consensusdocument in de weg staan. Zo blijken in de praktijk diabetespatiënt en behandelaar vaak niet samen te beslissen over de te gebruiken bloedglucosemeter.

Naar aanleiding van de enquête werden een aantal relatief eenvoudige aanpassingen ter bevordering van het gebruikersgemak doorgevoerd en werd een patiëntenversie ontwikkeld. Ook spraken de betrokken stakeholders af de eigen communicatiekanalen in te zetten om de bekendheid van de Keuzehulp te vergroten.

NDF Stakeholdersdialoog Implementatie Persoonsgerichte diabeteszorg en preventie

De door het veld in gang gezette ontwikkeling richting persoonsgerichte diabeteszorg en preventie, van standaard naar zorg op maat, impliceert een structurele innovatie van onze zorg. Daarvoor is het ook nodig dat de randvoorwaarden mee ontwikkelen, om de innovatie niet te belemmeren maar te bevorderen. In deze dialoog is in beeld gebracht op welke fronten ontwikkeling nodig is om te komen tot een succesvolle implementatie van persoonsgerichte diabeteszorg en preventie.

Belangrijke fronten zijn o.a. bewustwording bij professional wat betreft de strekking van persoonsgerichte zorg en de aangetoonde meerwaarde van gezamenlijke besluitvorming voor de kwaliteit van zorg en leven, met focus op preventie, gezondheid en gedrag; de beschikbaarheid van roadmaps/ tools die zorgverleners ondersteunen in de praktische vertaalslag van persoonsgerichte diabeteszorg en preventie kwaliteitsbeleid van organisaties in de eerste en tweede lijn dat persoonsgerichte zorg in de eigen zorgpraktijk en in samenwerkingsverbanden ondersteunt; onderwijs en educatie gericht op het versterken van de competenties die zorgverleners nodig hebben voor persoonsgerichte zorg en het coachen in zelfmanagement; de ontwikkeling/het ontsluiten van een effectief, bij integrale persoonsgerichte zorg passend doorverwijsaanbod; samenwerkingsafspraken met zorgverzekeraars gericht op persoonsgerichte zorg; de doorontwikkeling van informatiesystemen naar systemen die persoonsgerichte zorg faciliteren, het gebruik van eHealth, het realiseren van een goede balans tussen protocollaire zorg en zorg op maat, inclusief differentiatie en keuzevrijheid.

De NDF beschikt niet over de middelen voor een actieve ‘implementatie-agenda’. De benoemde fronten worden zoveel mogelijk geadresseerd in andere sporen van de NDF Kwaliteitsagenda, zoals NDF Zorgstandaard diabetes en NDF Persoonsgerichte diabeteszorg en preventie.

NDF Stakeholdersdialoog Integrale voetzorg

De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) start met een project om de richtlijn Diabetische Voet praktisch beter uitvoerbaar te krijgen. Leden van de NDF signaleren namelijk dat de richtlijn uit 2017 nog praktische hobbels kent.

De praktische invulling van de richtlijn moet helpen om diabetische voetulcera vroegtijdig op te sporen en behandelen, door zowel patiënt als zorgverlener. Diabetische voetulcera zijn wondjes, veroorzaakt door beschadigingen aan de huid. Deze beschadigingen zijn het gevolg van verslechterde doorbloeding en beschadigde zenuwen, waardoor chronische wonden of verkleuringen niet op tijd worden opgemerkt.

Samenwerking
‘Veel gaat goed’, vertelt Corrine Brinkman, coördinator ontwikkeling en implementatie van de NDF, ‘maar na het raadplegen van de NDF-leden bleken er ook onderdelen beter te kunnen. Soms is de samenwerking tussen zorgprofessionals bijvoorbeeld niet helder, waardoor patiënten verwijzen niet altijd goed verloopt.’

Brinkman: ‘Voetproblemen tijdig signaleren lukt ook nog niet altijd. Verder is betere voorlichting aan patiënten zelf nodig over preventie en tijdig behandelen van voetproblemen. Tenslotte blijkt het in de praktijk nogal eens onduidelijk wat er van een multidisciplinair voetenteam verwacht kan worden en is de toegang tot deze teams niet overal in Nederland gelijk.’

Leidraad voor regionale zorgverleners
Met het project Multidisciplinaire samenwerkingsafspraken diabetische voetzorg wil NDF bijdragen aan verbetering. Het streven is om eind 2020 een leidraad klaar te hebben die zorgverleners helpt om regionale samenwerkingsafspraken te maken. Brinkman: ‘We verwijzen dan bijvoorbeeld naar concrete tools om in te zetten, afkomstig uit good practices.’

Daartoe is een multidisciplinaire werkgroep opgericht onder leiding van emeritus hoogleraar Huisartsgeneeskunde Theo Voorn. Eind april vindt de eerste van drie bijeenkomsten plaats. Brinkman: ‘Tijdens de bijeenkomsten wordt gezamenlijk bepaald welke verbeteringen prioriteit hebben en ligt de focus op het formuleren van oplossingen.’ Het project wordt mede mogelijk gemaakt door ProVoet, de brancheorganisatie voor de pedicure, en de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP).

De werkgroep bestaat uit deskundigen vanuit Diabetesvereniging Nederland (DVN), Diabetes Huisartsen Advies Groep (DiHAG), Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP), Nederlandse Vereniging van Diabetes Podotherapeuten (NVvDP), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland Diabetes (V&VN Diabetes), Nederlandse Internisten Vereniging, Diabeteskamer (NIV), Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVVV), ProVoet (Brancheorganisatie medisch pedicures), Orthopedische schoenmakers. Mogelijk worden gedurende het traject nog andere beroepsgroepen betrokken, te denken valt aan de verzorgenden verpleeghuizen of orthopedisch chirurgen.

Achtergrond
De in 2017 verschenen richtlijn Diabetische Voet beschrijft dat er in Nederland in 2015 minimaal 20.000 patiënten (bij geschatte prevalentie van 2 tot 3% van de totale diabetes mellitus populatie) met een voetulcus waren, waarbij bij ongeveer 15% van deze patiënten een amputatie van (een deel van) het been werd verricht. Deze ulcera hebben vaak een slechte genezingstendens met een genezingstijd van meestal twee tot vijf maanden, hebben intensieve behandeling nodig, gaan vaak gepaard met langdurige ziekenhuisopnames, en resulteren in verlies van mobiliteit en kwaliteit van leven. Zowel voor de patiënt als het zorgsysteem is de belasting groot. In één studie was deze kwaliteit van leven gelijk aan die van patiënten met een kleincellig longcarcinoom en de directe kosten van de behandeling van een voetulcus waren in Nederland in 2005 ongeveer 16.000 Euro.

Bij het ontstaan van een ulcus zijn meestal verschillende mechanismen gelijktijdig betrokken en een multidisciplinaire benadering is nodig om ulcera, amputaties, verlies van kwaliteit van leven en kosten te voorkomen. Een gestructureerde organisatie van de zorg, waarbij alle patiënten toegang hebben tot adequate voetzorg, is een tweede randvoorwaarde. Een geïntegreerde aanpak die bestaat uit vroege opsporing van een voet ‘at risk’, multidisciplinaire behandeling, aandacht voor educatie van zowel zorgverleners als de patiënt, en intensieve voetzorg, kan leiden tot een aanzienlijke reductie van het aantal amputaties. Zo nam bijvoorbeeld in Nederland het aantal amputaties in de periode 1991-2000 af met 34%, maar gebrek aan aandacht, kennis en vaardigheden bij zowel patiënt als zorgverlener leidt waarschijnlijk nog steeds tot onvoldoende preventie en zorg.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat vroegtijdige signalering van risicofactoren ernstige voetproblemen (inclusief amputatie) kan voorkomen. Multidisciplinaire samenwerking is daarbij essentieel; geeft op langere termijn gunstige resultaten voor de voet van een patiënt met diabetes en is kosteneffectief. Er zijn veel verschillende zorgprofessionals betrokken bij de preventie en behandeling van complicaties aan de onderste extremiteit bij mensen met diabetes. Het is daarom van groot belang om heldere afspraken te maken over hoe de zorg wordt vormgegeven en wat de taken en verantwoordelijkheden van iedere betrokken zorgprofessional zijn.

 

 

 

0
0
0
s2smodern