In 2017 is het NDF Consensusdocument kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting ontwikkeld (hierna te noemen consensusdocument). In 2018 volgde de lancering van de online Keuzehulp Bloedglucosemeters. Deze tool helpt zorgverleners en patiënten bij het samen beslissen over de best passende bloedglucosemeter. De Nederlandse Diabetes Federatie roept veldpartijen op om actief aan de slag te gaan met het implementeren van zowel kwaliteitscriteria als keuzehulp.

Omdat nog niet voor iedereen duidelijk is wat er precies in het consensusdocument staat en hoe de keuzehulp bloedglucosemeters gebruikt kan worden door patiënten en zorgverleners, hebben we deze Q&A opgesteld.

Klik hier voor Q & A

Waarom zijn landelijke kwaliteitscriteria nodig?
Zelfmanagement is essentieel voor mensen met diabetes, voor hun gezondheid en voor een optimale kwaliteit van leven. De eigen bloedwaarden goed en veilig kunnen controleren, is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Vanwege aanhoudende zorgen in het veld over de kwaliteit van bloedglucosemeting en de keuzevrijheid van de patiënt daarbij, ging in 2016 de NDF Stakeholdersdialoog standaard bloedglucosemeting van start. Aan de dialoog deden behandelaars, de patiëntenvereniging, fabrikanten, leveranciers en zorgverzekeraars mee.

Doel was om tot gedragen en geldende afspraken te komen rond dit voor diabetespatiënten essentiële aspect van hun zelfmanagement. De dialoog heeft geresulteerd in het consensusdocument, welke is toegevoegd aan de NDF Zorgstandaard diabetes. Het document is inmiddels als ‘Module voor diabeteshulpmiddelenzorg’ ook onderdeel van het wettelijk register van het Zorginstituut Nederland. Dit Register is openbaar en geeft aan wat zorgaanbieders, patiënten en zorgverzekeraars hebben afgesproken over wat goede en verantwoorde zorg is.

Wat staat er in het consensusdocument?
In het consensusdocument wordt beschreven hoe de keuze voor een bepaald type bloedglucosemeter voor een individuele patiënt wordt gemaakt, welke educatie en instructies de patiënt hoort te ontvangen, hoe de kwaliteit van de bloedglucosemeting gewaarborgd wordt, en hoe (indien nodig) veilig omgezet kan worden naar een andere meter. Ook worden kwaliteitscriteria voor de organisatie en infrastructuur van standaard bloedglucosemeting en taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen beschreven.

De centrale boodschap van het consensusdocument is dat de keuze voor een bloedglucosemeter wordt gemaakt in de spreekkamer, door de diabetespatiënt en zijn hoofdbehandelaar samen. Men moet kunnen kiezen uit een breed aanbod, waarbij kwaliteit, het functioneren van de patiënt en doelmatigheid voorop staan. Om patiënt en zorgverlener te ondersteunen in de keuze voor de best passende bloedglucosemeter is een Keuzehulp bloedglucosemeters ontwikkeld.

Waarom een Keuzehulp bloedglucosemeters?
De Keuzehulp Bloedglucosemeters is een online tool voor insulineafhankelijke mensen met diabetes die aan zelfcontrole doen. Door het invullen van de keuzehulp wordt duidelijk welke bloedglucosemeter het beste past bij de medische en persoonlijke situatie van de patiënt. Het functioneren van de patiënt staat centraal bij de keuze voor een meter (functioneringsgericht voorschrijven). De patiënt en zorgverlener vullen de keuzehulp samen in. De keuzehulp is onderdeel van het consensusdocument en dit betekent dat alle bloedglucosemeters in de keuzehulp voldoen aan de hoge, landelijke kwaliteitseisen. De Keuzehulp Bloedglucosemeters is samen ontwikkeld met Vilans en mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het ministerie van VWS en Diabetes Fonds.

Hoe werkt de keuzehulp bloedglucosemeters?
Een stappenplan voor patiënten1

Stap 1: Ga naar www.keuzehulpbloedglucosemeter.nl

Stap 2: Vul de vragenlijst alvast thuis in
Ter voorbereiding op je afspraak met je behandelaar vul je de vragenlijst voor jouw persoonlijke situatie alvast. Er wordt ook gevraagd naar je zorgverzekeraar. Alle zorgverzekeraars in Nederland zijn opgenomen en bieden je keuze uit meerdere meters. Vind je het lastig de vragen te beantwoorden? Bekijk dan alvast de vragen die worden gesteld en vul de keuzehulp daarna samen met je behandelaar in.

Stap 3: Print het overzicht van geschikte meters
Heb je alles ingevuld? Dan krijg je een overzicht van meters die voor jou geschikt zijn en vergoed worden door jouw zorgverzekeraar. Tip: print de resultaten om tijdens je afspraak met je behandelaar te bespreken.

Stap 4: Bespreek de uitkomsten van de keuzehulp met behandelaar
Vul met je behandelaar de keuzehulp (opnieuw) in en bespreek de uitkomsten. Kies daarna samen de best passende bloedglucosemeter. Je behandelaar schrijft uiteindelijk de bloedglucosemeter voor op basis van jouw behoeften en de functies die voor jou nodig en belangrijk zijn.

Stap 5: Bestel de meter
Bestel de voorgeschreven bloedglucosemeter in overleg met je behandelaar bij een leverancier.

1 Bron: DVN (https://www.dvn.nl/nieuws/nieuwsbericht?ArtMID=480&ArticleID=773)

Een stappenplan voor zorgverleners

Stap 1: Check of de patiënt bekend is met de keuzehulp
Vraag de patiënt of deze de online keuzehulp thuis al heeft bekeken en/of ingevuld.

Stap 2: Bespreek de uitkomsten van de keuzehulp met de patiënt
Vul samen met de patiënt de keuzehulp (nogmaals) in en bespreek de uitkomsten. Kies daarna samen de meter die gebaseerd is op de functioneringsgerichtheid van de patiënt.
In de keuzehulp is ter vergelijking ook een overzichtspagina van alle vergoede meters opgenomen.

Stap 3: Bestel de meter
Bestel de voorgeschreven bloedglucosemeter in overleg met de patiënt bij een leverancier.

Waarom is Flash glucose monitoring niet opgenomen in de keuzehulp?
Flash glucose monitoring (FGM) is een systeem dat slechts in heel specifieke gevallen vergoed wordt door de zorgverzekeraar. Op het moment dat Flash glucose monitoring voor bredere vergoeding in aanmerking komt, worden bloedglucosemeters die gebruik maken van deze techniek uiteraard ook opgenomen in de keuzehulp.

Wat is functioneringsgericht voorschrijven?
‘Functioneringsgericht’ betekent dat het functioneren van de patiënt centraal staat. In dit geval bij de keuze van een bloedglucosemeter. Bij het bepalen van de benodigde functionaliteiten van de meter wordt rekening gehouden met iemands medische situatie, eventuele beperkingen (bijvoorbeeld problemen met zien of minder gevoel in de vingers) en specifieke kenmerken (bijvoorbeeld warmte- of vochtbestendigheid van de meter, de wijze van zelfmanagementondersteuning door de meter en de connectiviteit van de meter met andere apparaten). Dit met als doel optimale zelfmanagement en participatie van de patiënt.

De online keuzehulp helpt zorgverleners bij het functioneringsgericht voorschrijven, omdat daar ingegaan wordt op allerlei kenmerken die voor patiënten van belang kunnen zijn, naast de basiseisen waaraan elke bloedglucosemeter moet voldoen.

Hoe zit het met het tussentijds overstappen op een andere bloedglucosemeter (substitutie)?
Het kan voorkomen dat een patiënt niet meer met zijn huidige bloedglucosemeter verder kan en over moet stappen op een andere bloedglucosemeter. Dit heet substitutie en dit moet heel zorgvuldig gebeuren. Een patiënt mag nooit zomaar op een andere bloedglucosemeter worden overgezet. Wanneer de huidige bloedglucosemeter van de patiënt niet meer voldoet aan de benodigde functionaliteiten of kwaliteitseisen passend bij het functioneren van de patiënt en zijn wijze van zelfmanagement, besluiten de hoofdbehandelaar en patiënt samen om over te gaan tot vervanging van de meter.

Tussentijdse vervanging (substitutie) dient zich te beperken tot de volgende omstandigheden:

  • De huidige bloedglucosemeter voldoet onderbouwd niet meer aan het functioneringsgericht voorschrift passend bij het functioneren van de patiënt en zijn wijze van zelfmanagement
  • De huidige bloedglucosemeter functioneert niet meer naar behoren
  • De huidige bloedglucosemeter of bijbehorende teststrips worden niet meer vergoed door de zorgverzekeraar van de patiënt of worden niet meer geleverd door de bij patiënt en zorgverlener bekende leveranciers
  • De bloedglucosemeter voldoet (aantoonbaar) niet meer aan de gestelde ISO 15197:2013 kwaliteitseisen
  • De bloedglucosemeter is niet meer passend bij het bloed van de patiënt (er kunnen stoorfactoren aanwezig zijn in het bloed van de patiënt)

Selectieve zorginkoop, waaronder in voorkomende gevallen ook substitutie op economische gronden, is een belangrijk instrument voor zorgverzekeraars om de hen vanuit de Zorgverzekeringswet toebedeelde taak uit te kunnen voeren. Gewijzigd prijsbeleid van de fabrikant kan aanleiding zijn om het gesprek in de spreekkamer opnieuw te voeren. Als het wisselen van een bloedglucosemeter gezondheidsrisico’s voor de patiënt met zich meebrengt, moet er altijd van worden afgezien. Als de zorgverzekeraar met de leverancier is overeengekomen dat er economische substitutie plaatsvindt, zal de leverancier en/of zorgverzekeraar zo snel mogelijk de hoofdbehandelaars informeren en een redelijke termijn aanhouden (ordegrootte twee weken) voor verdere communicatie richting de betrokkenen.

NB: De situatie waarin de meter vervangen wordt door exact dezelfde meter (bijvoorbeeld bij verlies, diefstal, schade) die nog voldoet aan benodigde functionaliteiten en kwaliteitseisen passend bij het functioneren van de patiënt en zijn wijze van zelfmanagement, wordt niet als substitutie gezien.

Hoe ziet educatie rond bloedglucosemeting eruit?
Een belangrijke kwaliteitseis uit het consensusdocument is dat zorgverleners patienten voldoende educatie geven rond zelfcontrole. De patiënt moet over adequate kennis en vaardigheden beschikken om op een goede manier met de bloedglucosemeter om te kunnen gaan en betrouwbare resultaten te verkrijgen. In het document is als bijlage een handige educatiechecklist voor zorgverleners opgenomen. Educatie door zorgverleners richt zich bij bloedglucosemeting op:

  1. Technologie/materialen: gebruik, onderhoud en opslag van de benodigde materialen (bloedglucosemeter, teststrips, prikpen en lancetten) Bij de start van zelfcontrole moeten zorgverleners instructie en uitleg geven over de technologie, het gebruik en instellingen van de bloedglucosemeter, het gebruik van de lancethouder en bijbehorende lancetten en het veilig verwijderen van scherpe en besmette materialen gegeven. Ook zorgvuldig en correct beheren en bewaren van materialen krijgt hierbij aandacht.
  2. Uitvoering van zelfcontrole en het verkrijgen van een adequaat bloedmonster
    Om een betrouwbare bloedglucosewaarde te verkrijgen, is correcte uitvoering van de handeling essentieel. De correcte uitvoering is beschreven in de EADV-richtlijn ‘Een multidisciplinaire richtlijn over zelfcontrole van bloedglucosewaarden door mensen met diabetes’. In de veelal stapsgewijze instructie wordt uitgelegd wat het belang van gewassen, schone en droge handen is, welke plaatsen de voorkeur hebben om bloed te prikken en op welke wijze een adequate druppel bloed verkregen kan worden.
  3. Interpretatie en implementatie meetuitslag in relatie tot de streefwaarden Dit deel van educatie is gericht op de interventie en aanpassingen aan de hand van de verkregen bloedglucosewaarden. Deze educatie is primair gericht op zelfmanagement.
  4. Registreren van meetuitslagen en andere relevante gegevens en terugkoppeling van de verkregen informatie en inzichten Zelfmanagement vraagt ook van de patiënt het herkennen en acteren op patronen in de glucosewaarden over een langere tijd. Daarbij vormt registratie van waarden en de (digitale) terugkoppeling ervan veelal de basis van de therapieaanpassing.

Voortdurende doorontwikkeling: wat zijn de plannen voor 2019?
De Nederlandse Diabetes Federatie blijft een platform bieden voor overleg met alle veldpartijen over standaard bloedglucosemeting en het waarborgen van de kwaliteit daarvan. In 2019 wordt de Keuzehulp bloedglucosemeters verder inhoudelijk doorontwikkeld en wordt expliciet ingezet op het vergroten van de zichtbaarheid en vindbaarheid van deze online tool.

0
0
0
s2smodern