Nederlandse Diabetes Federatie
De koepel die mensen met diabetes, zorgverleners en onderzoekers verenigt

Combinatie basale insuline en GLP1


GLP1 voor mensen met diabetes type 2 die, naast eventuele orale medicatie, met alleen langwerkende insuline hun streefwaarden niet halen en een BMI≥ 30 kg/m2 hebben.

Deze behandeling wordt sinds 1 januari 2017 voor een specifieke patiëntencategorie vergoed vanuit het basispakket, op advies van Zorginstituut Nederland. Het advies voor gesegmenteerde toelating was voorbereid door de Rondetafel Diabeteszorg.

Waarop heeft ZIN het advies gebaseerd?
Binnen de Rondetafel Diabeteszorg zijn relevante gegevens over (kosten-)effectiviteit van inzet van de combinatie basale insuline + GLP1-agonisten bij de benoemde patiëntencategorie verzameld. Vervolgens is er een Farmacotherapeutisch rapport, Budget Impact Analyse en Farmaco-economisch rapport opgesteld. Daarop heeft ZIN het advies gebaseerd.

Wat betekent gesegmenteerde toelating?
Met gesegmenteerde toelating wordt bedoeld dat de combinatie basale insuline + GLP1-agonisten niet voor alle diabetespatiënten tot het basispakket wordt toegelaten. De combinatie wordt alleen vergoed voor een specifieke patiëntencategorie waarvoor de meerwaarde is bewezen.

Voor welke specifieke patiëntencategorie is het bedoeld?
Als toevoeging aan metformine en basaal insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij patiënten met diabetes mellitus type 2 en een BMI≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering. Dit is de voorwaarde voor de volgende GLP-1 analoga die geregistreerd zijn voor toepassing in combinatie met basale insuline: albiglutide (Eperzan®), dulaglutide (Trulicity®), exenatide (Byetta®), liraglutide (Victoza®), lixisenatide (Lyxumia®).

Als toevoeging aan metformine bij patiënten met diabetes mellitus type 2 en een BMI≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering. Dit is de voorwaarde voor het combinatiepreparaat insuline degludec/liraglutide (Xultophy®), een combinatiepreparaat waarvan de losse componenten reeds in het GVS zijn opgenomen.

Monitoren we de kwaliteit van zorg en het gepast gebruik van deze innovatieve behandeling?
De partijen aan de Ronde Tafel hebben afgesproken dat de impact van deze beslissing op kwaliteit en doelmatigheid van de zorg zal worden geëvalueerd door Stichting BIDON. Hierbij wordt aangesloten bij de Dutch Pediatric and Adult Registration of Diabetes (DPARD) die onder de governance van Stichting BIDON wordt uitgevoerd. “Registratie aan de bron” is een belangrijk uitgangspunt binnen DPARD. Het verzamelen van de gegevens voor deze evaluatie levert voor de betrokken zorgverleners daarmee weinig extra registratielast op, terwijl tegelijkertijd toch goede gegevens verzameld kunnen worden over de impact van het besluit op kwaliteit- en doelmatigheidsaspecten.

NDF bericht
ZIN bericht
Officiële bekendmaking

Real Time Continue Glucose Monitoring voor patiënten met hypo-problemen


Op 8 juni 2017 werd bekend dat mensen met diabetes type 1, die kampen met herhaalde ernstige hypoglykemiën en/of ongevoeligheid om hypoglykemie waar te nemen, voortaan gebruik kunnen maken van Real Time Continue Glucose Monitoring.

Het advies hierover van de Rondetafel Diabeteszorg is opgevolgd door Zorgverzekeraars Nederland (ZN). ZN geven aan de zorgverzekeraars het advies om deze zorg voortaan te beschouwen als behorend tot het verzekerde pakket. Voor een aantal andere specifieke groepen, zoals kinderen met diabetes type 1, gold dit al.

Ook vrouwen met diabetes die zwanger willen worden komen in aanmerking.

Real Time Continue Glucose Monitoring
Bij RTCGM wordt iemands bloedglucosewaarde 24 uur per dag en om de 5 minuten gemeten. Dat geeft permanent een goed inzicht in het verloop. Meten gebeurt door een glucosesensor: een flexibel naaldje dat net onder de huid is geplaatst.

Diabetes type 1 en hypoglykemie
Er is sprake van hypoglykemie wanneer iemand te weinig suiker in zijn bloed heeft. Het lichaam reageert daarop met waarschuwingssymptomen als bijvoorbeeld zweten en trillen. Mensen die de signalen van een hypo niet krijgen, of pas krijgen als de bloedglucose te laag is om nog zelf in te kunnen grijpen, kampen met ‘hypo unawareness’. Dat betekent dat iemand directe hulp van anderen nodig heeft om de bloedglucosespiegel te herstellen. Dit is risicovol voor de betrokkenen en kan een negatief effect hebben op de (arbeids)participatie en kwaliteit van leven.

De groep die nu in aanmerking komt voor RTCGM omvat in Nederland in totaal zo’n 1400 mensen. Specifiek bestaat deze groep uit volwassen (≥ 18 jaar) patiënten met diabetes type 1 die, ondanks dat hun zelfmanagement zoveel mogelijk is geoptimaliseerd, volgens de GOLD methode ≥ 4 scoren en minimaal 1 ernstige hypoglykemie per jaar hebben. De GOLD methode is een instrument dat het bewustzijn van hypoglykemie meet.

NDF bericht
ZIN bericht

Real Time Continue Glucose Monitoring in pre-conceptionele fase


Op 8 juni 2017 werd bekend dat vrouwen met diabetes die zwanger willen worden, voortaan gebruik kunnen maken van Real Time Continue Glucose Monitoring.

Het advies hierover van de Rondetafel Diabeteszorg is opgevolgd door Zorgverzekeraars Nederland (ZN). ZN geven aan de zorgverzekeraars het advies om deze zorg voortaan te beschouwen als behorend tot het verzekerde pakket. Voor een aantal andere specifieke groepen, zoals kinderen met diabetes type 1, gold dit al.

Ook mensen met diabetes type 1, die kampen met herhaalde ernstige hypoglykemiën en/of ongevoeligheid om hypoglykemie waar te nemen, komen in aanmerking.

Real Time Continue Glucose Monitoring
Bij RTCGM wordt iemands bloedglucosewaarde 24 uur per dag en om de 5 minuten gemeten. Dat geeft permanent een goed inzicht in het verloop. Meten gebeurt door een glucosesensor: een flexibel naaldje dat net onder de huid is geplaatst.

Vrouwen die zwanger willen worden
Voor vrouwen met diabetes is optimale regulatie van de glucose van belang vanaf het moment van de conceptie. Volgens de Rondetafel Diabeteszorg laat onderzoek dit zien. Het gaat dan specifiek om een zogeheten goede periconceptionele HbA1c waarde. Vrouwen met diabetes type 1 of 2 bij wie dat niet lukt met intensieve behandeling alleen, kunnen voortaan gebruik maken van de RTCGM.

Omdat een zwangerschap pas drie tot vier weken na conceptie kan worden vastgesteld adviseert de Rondetafel Diabeteszorg om bij deze doelgroep al in de fase van voorbereiding op een zwangerschap RTCGM in te zetten. In Nederland gaat het om zo’n 65 vrouwen per jaar die hier voor in aanmerking komen en belangstelling voor hebben.

Optimale bloedglucosewaarden en HbA1c
Bij mensen met diabetes wordt af en toe het HbA1c-gehalte in het bloed bepaald. Dat is een soort gemiddelde van de bloedsuikerspiegel in de voorafgaande weken. HbA1c wordt uitgedrukt in de waarde mmol/mol Een acceptabele waarde is lager dan 53 mmol/mol. Mensen met diabetes met een HbA1c van meer dan 64 mmol/mol komen al geruime tijd in aanmerking voor RTCGM. Vrouwen met een zwangerschapswens komen nu al bij een lagere waarde in aanmerking, namelijk een HbA1c van meer dan 53 mmol/mol.

NDF bericht
ZIN bericht

Lopende onderwerpen

Voor de nabije toekomst heeft de Rondetafel Diabeteszorg nieuwe casussen op de agenda staan.

  • Combinatietherapie van basaal/bolus-insuline + SGLT-2 voor type 2 diabetes patiënten
  • Flash Glucose Monitoring aan patiëntenpopulaties voor wie deze nieuwe methode van glucosemeting (kosten)effectief is

 

ZIN bericht

 

De Rondetafel Diabeteszorg is gestart door de Nederlandse Diabetes Federatie en het Zorginstituut Nederland (ZIN). Doel is om de kwaliteit van de zorg en gepast gebruik van genees- of hulpmiddelen binnen de diabeteszorg te verbeteren.

De Nederlandse diabeteszorg is van hoge kwaliteit. Dat is met name te danken aan de multidisciplinaire en protocollaire aanpak. Desondanks blijkt ongeveer 10-20 procent van de patiënten met de huidige aanpak een onvoldoende goede en stabiele glykemische instelling te bereiken, dan wel veel bijwerkingen te ervaren, zoals een grote gewichtstoename. Dit betekent dat er nog steeds sprake is van een zogenaamde ‘unmet medical need’. Nieuwe behandelmethoden zouden voor specifieke groepen patiënten verbetering in de kwaliteit van zorg en leven kunnen brengen.

Om daarin te voorzien startte de NDF in samenwerking met Zorginstituut Nederland de Rondetafel Diabeteszorg. Onder regie van de NDF en ZIN werd samen met alle stakeholders - zorgverleners, zorgvragers, zorgverzekeraars, fabrikanten en overheid - een structurele en duurzame stappenaanpak ontwikkeld voor de toelating van innovatieve behandelmethoden tot het verzekerde pakket.

 

Stappenaanpak
Zorginstituut Nederland heeft de wettelijke taak om de minister te adviseren over de vergoeding van een nieuwe behandeling. Als diabetes-innovaties op de gebruikelijke manier worden beoordeeld, zullen ze vaak een negatief advies krijgen voor toelating tot het basispakket. Er is in dat vroege stadium vrijwel nooit genoeg bewijs voor de meerwaarde van een nieuwe behandeling en praktijkgegevens zijn vaak niet systematisch voor handen. De ontwikkelde stappenaanpak biedt een alternatief.

Stap 1 beschrijft de (nog onvervulde) medische behoefte en het profiel van de betreffende patiëntengroep, alsmede de innovatieve interventie die voor deze groep een oplossing zou kunnen bieden. In stap 2 duiken ZIN en de wetenschappelijke verenigingen van artsen samen in de kwaliteitsrichtlijnen, literatuur en praktijkgegevens om te komen tot een gewogen oordeel van de bewijslast omtrent de interventie. Aan de hand van de resultaten van stap 2 volgt in stap 3 een beslismoment waarin een besluit wordt genomen over het vervolgtraject. Daarbij worden drie mogelijke vervolgstappen onderscheiden:

  • Er is voldoende bewijs voor ‘gesegmenteerde toelating’. Door naar stap 5: het definiëren van kaders voor afgebakende toegang en check op gepast gebruik
  • Er is onvoldoende bewijs, maar de interventie wordt wel als relevant beschouwd voor het traject van ‘gesegmenteerde toelating’. Door naar stap 4: aanvullend onderzoek
  • Het wordt duidelijk dat voldoende bewijs ontbreekt. De interventie wordt ook niet als relevant beschouwd voor het traject van ‘gesegmenteerde toelating’.

 

0
0
0
s2sdefault